Historie
Oprichting schoolvereniging
In de tweede helft van de 19e eeuw, ontstaan op veel plaatsen in ons land christelijke scholen. Deze scholen worden door de ouders betaald. Langzamerhand gaat ook de overheid aan deze scholen bijdragen totdat in het jaar 1917 het openbaar en het bijzonder onderwijs financieel gelijk worden gesteld.
Na veel verwikkelingen wordt ook op Urk een Christelijke school opgericht. Dit gebeurt pas in 1927. Hierbij dient wel te worden aangetekend dat de openbare school op Urk een Christelijk karakter droeg en dat de arme Urker bevolking niet in staat was een eigen school te bekostigen.
Op 29 juli 1925 wordt een vergadering gehouden om te komen tot de oprichting van een Christelijke school. Tijdens die vergadering wordt een bestuur gekozen dat verder kan werken aan de plannen om te komen tot een Christelijke school.

Statuten
Vanaf de oprichting is in de statuten een verdeling van bestuursleden naar kerkgenootschap opgenomen. Vanaf de keuze van het eerste bestuur in 1925 werden de bestuursleden verdeeld over de verschillende aangesloten kerken, toen de Gereformeerde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederlands Hervormde Gemeente, die respectievelijk 7, 4 en 4 bestuursleden kregen.
De eerste statuten krijgen op 24 september 1925 de Koninklijke Goedkeuring.
De Nederlands Hervormde Gemeente bericht als eerste achter het werk van het nieuwe bestuur te staan om te komen tot een Christelijke school, enige weken later gevolgd door de Christelijke Gereformeerde Kerk. De Gereformeerde Kerk reageert echter negatief! De reden hiervoor ligt met name in de persoonlijke sfeer.

Opening eerste scholen
In februari 1927 is het zover. Sollicitanten worden opgeroepen. Er zijn zoveel kinderen aangemeld voor de nieuwe school, dat besloten wordt de school te splitsen. Twee hoofden worden benoemd, te weten de heren G. Heetebrij voor de Rehobothschool en J. Loosman voor de Wilhelminaschool. Op 1 september 1927 worden de beide scholen van de vereniging “Rehoboth” in de Bethelkerk geopend. De opening geschiedt wel in de Bethelkerk, maar de Gereformeerde predikant, ds. Bouman, mag door de eerder genoemde negatieve reactie slechts als vader spreken. In de notulen van de eerste jaarvergadering van 1929, die ondertekend zijn door G. Kok, voorzitter en H. de Boer secretaris, wordt dankbaar teruggezien op de opening van de nieuwe scholen: “Doch door het krachtig optreden der hoofden en hun personeel, mogen wij na 15 maanden arbeid zeer dankbaar zijn. Vele ouders getuigen reeds groote vooruitgang bij hun kinderen te bespeuren. Hij, de Almachtige, welke ons in dezen heerlijken strijd heeft staande gehouden, moed heeft gegeven tot Zijn eer door te gaan, Hij geve dat Bestuur, Ouders en Personeel, steeds in goede verhouding samenwerken, opdat onze kinderen zien die liefdeband waardoor dan de arbeid makkelijker word, hetwelk dan zal geschieden tot eer van God en tot heil van ons kroost.”
De nieuwe scholen kampen met een ruimtekort. Het wachten was op middelen van de gemeente. Veel kinderen, soms wel 90 tegelijk, krijgen vanwege ruimtegebrek vrijaf. In een noodlokaal wordt elke dag beurtelings aan de 1e en de 2e klas onderwijs gegeven, totdat de inspecteur dit verbiedt. Op diens advies wordt de ene week aan de Wilhelminaschool, de andere week aan de Rehobothschool beurtelings een klas vrijaf gegeven.

De jaren dertig
Schoolvereniging RehobothHet bestuur komt aan het begin van de dertiger jaren financieel in zwaar weer terecht. Geldgebrek bij de gemeente en de trage afhandeling van de financiële transacties voor de verbouw van het pand waarin beide scholen ondergebracht zijn, leidt ertoe dat het bestuur achtervolgd wordt met aanmaningen en dwangbevelen. Op een gegeven moment komt het zelfs bijna tot een dreigende beslaglegging op het schoolmeubilair en een aanvraag tot faillietverklaring van de vereniging.

Het toenmalig onderwijs kenmerkt zich door grote klassen. Klassen van 48 kinderen of meer zijn heel normaal. Ook op zaterdag krijgen de kinderen les. De vakantie is beperkt tot 3 weken zomervakantie. Een jonge onderwijzer verdient f. 80 per maand, terwijl “kwekelingen met acte” van de gunst van bestuur en collega’s leven.

Een beeld van hoe het in de dertiger jaren van de vorige eeuw toeging op school geeft meester Zandstra. Hij ziet op zijn eerste werkdag op school in klas 3 twee en veertig Urkertjes binnen komen. Zijn eerste taalles kreeg hij meteen. Jacobje stak haar vinger op: “Measter, mag ik m’n snotdoekien effies oalen?
De volgende les kreeg meester Zandstra enkele dagen later. Jaap had een beurt voor de klas gehad en met een vriendschappelijk klapje voor z’n broek stuurde ik hem naar zijn plaats. Maar och arme! ’s Middags was er al een brief van de boze vader die hem verweet, dat hij zijn zoontje geslagen had. Een andere ouder verklaarde hem eens dat leren niet zo belangrijk was, want de domste jongens werden later de beste vissers, maar de meesters moesten hun handen thuishouden!

Oorlog
Op 10 mei 1940 breekt de oorlog uit. De Duitse bezetter komt ook op Urk. Het is verboden het Wilhelmus te zingen. Hier trekt het onderwijzend personeel zich weinig van aan. Wel wordt morrend gehoor gegeven aan de eis van de bezetter om de foto’s van het Koninklijk huis te verwijderen. De scholen worden ook gebruikt als geheime schuilplaats. Het schoolbestuur is in de oorlog niet langer meer vrij om onderwijzers te benoemen. De N.S.B.secretaris-generaal van het Departement van Onderwijs kiest uit een drietal personen. Het schoolbestuur onder leiding van voorzitter F.F.W.J. Bode, die in 1940 de heer Kok was opgevolgd, weigert zich aan deze regel te houden. Hierdoor verliezen de scholen het recht op subsidie. De traktementen worden nu echter betaald door de kerkenraad van de Gereformeerde kerk en enkele particulieren.

Kleuteronderwijs
Na veel gesprekken hierover is het in 1940 zover. Er wordt besloten te starten met een “Fröbelschool”. De school start met 2 klassen in de Wilhelminaschool, die al spoedig daarna in de “bewaarschool”, twee naast elkaar gelegen lokalen in de Bethelkerk, worden ondergebracht. De school, die de naam van Grietje Nentjes krijgt, heeft in de moeilijke oorlogsjaren te kampen met een gebrek aan ruimte en materialen. Op 3 januari 1944 richt het bestuur een schrijven aan de Burgemeester en Wethouders en vraagt aandacht voor de financiële moeilijkheden van het kleuteronderwijs. Het salaris van het personeel is dringend aan herziening toe. Gevraagd wordt om dit te verhogen van f. 7 naar f. 10 per week. Daarnaast is extra geld nodig voor de sterk gestegen prijzen van leermiddelen.

Het kleuteronderwijs na de oorlog
Later heeft het kleuteronderwijs ook een tijd gebruik gemaakt van een zaal in gebouw Irene, terwijl ook jarenlang kleuters gehuisvest waren in een zaal van de oude Rehobothkerk (naast gebouw Irene). Op de plaats waar nu het gebouw van de DEL staat, heeft het bestuur in 1965 zelf een gebouwtje laten plaatsen: De Kiekenren. Dit gebouwtje is later afgebroken, toen de nieuwe Harmpje Visserschool in gebruik genomen werd.
Bij het 50 jarig bestaan kent de schoolvereniging 8 kleuterscholen. Verschillende gebouwen zijn thans niet meer in gebruik. De Peppelstek is nu gehuisvest in het gebouw van de voormalige kleuterschool De Toprakkertjes aan de Holkenkamp. De kleuterschool De Molenwiek aan de Nink wordt nu gebruikt door de Peuterspeelzaal, terwijl het gebouw van de Frits Bodekleuterschool aan het Voorland nu in gebruik is bij ‘t Jeugd.
In 1985 worden de kleuter- en lagere scholen samengevoegd tot de basisschool. Op dat moment ontstaan er 7 basisscholen.

Het lager onderwijs na de oorlog
Het bestuur is blij dat in april 1951 de Rehobothschool aan de Lange Riet in gebruik kan worden genomen. Het groeiend aantal kinderen zorgt ervoor dat het bestuur telkens veel energie moet steken in de bouw van nieuwe scholen. Spoedig na elkaar kunnen de Koningin Julianaschool worden geopend (september 1969) en ruim een jaar later de Cornelis Zeemanschool aan de Holkenkamp. In april 1973 wordt de Prinses Beatrixschool aan de Nink geopend en ruim drie jaar later de Groen van Prinstererschool. De laatste school voor lager onderwijs die wordt gesticht is de Harmpje Visserschool die eind 1982 een nieuw gebouw aan de Slenk betrekt.
Naast de nieuwbouw is ook het zorgen voor voldoende personeel een groot probleem voor het bestuur. Rond 1980 komt hierin een kentering. Tientallen sollicitanten solliciteerden toen bij vacatures. De voorzitters die na de Tweede Wereldoorlog de heer Bode opvolgen, te weten de heren K.J. Romkes, L. Metz en J. Korten, zien regelmatig benoemingen van personeelsleden geagendeerd.
Eind jaren zeventig ontstaat de Christelijke Gereformeerde kerk “Maranatha”. Ook voor hen moet een plaats in het bestuur worden ingeruimd. Niet zonder problemen wordt uiteindelijk statutair het aantal vertegenwoordigers van de Christelijke Gereformeerde Kerk uitgebreid. De eenheid blijft gelukkig bewaard.
De laatste jaren voor de invoering van het basisonderwijs gaat het de vereniging niet voor de wind. De door de gemeente toegekende vergoeding voor het lager- en kleuteronderwijs is niet toereikend om de noodzakelijke uitgaven te kunnen doen. Het verenigingskapitaal teert in. Er wordt een proces aangespannen tegen de gemeente, dat op het allerlaatste moment door een redelijke bijdrage van de gemeente door het bestuur afgeblazen wordt. Nu is de verstandhouding met de gemeente uitstekend te noemen.

Het onderwijs vanaf 1985
De 7 lagere scholen en de 8 kleuterscholen smelten op 1 augustus 1985 samen tot 7 basisscholen. De Koningin Wilhelminaschool is ontstaan uit de lagere school met dezelfde naam en de Grietje Nentjeskleuterschool en de Koningin Wilhelminakleuterschool.
Vanaf de invoering van het basisonderwijs wordt de vergoeding voor materiele instandhouding uitgekeerd door het ministerie. De regeling wordt bekend als Londo-regeling en is in de loop der tijd herhaaldelijk herzien.
Ook na 1985 wordt er veel gebouwd. De oude Rehobothschool wordt gesloopt en in 1986 kan een heel nieuw gebouw in gebruik worden genomen, waarin ook de kleuters van de voormalige Frits Bodekleuterschool een plaats krijgen.
De nieuwbouwwijk Urkerhard zorgt ervoor dat de Harmpje Visserschool overvol raakt. Er wordt een nieuwe school aan de Nagel gesticht, de Frits Bode basisschool, die eind 1988 kan worden geopend.
Opening Koningin WilhelminaschoolKorte tijd later volgt de opening van de nieuwe Koningin Wilhelminaschool. De oude Koningin Wilhelminaschool, Wijk 3 no. 66, was reeds een keer grondig verbouwd. De kosten van een nieuwe grote onderhoudsbeurt zijn voor het bestuur de reden het oude gebouw af te stoten en de Grietje Nentjeskleuterschool aan de Oslolaan uit te breiden met 6 lokalen, waarna dit gebouw Koningin Wilhelminaschool gaat heten.

De nieuwbouwwijken blijven ondertussen veel kinderen leveren. In het oude gebied van Urk, dat afgeschermd wordt door de palen, laat het kinderaantal juist een daling zien. Na veel overleg met allerlei instanties blijkt het mogelijk twee scholen te verhuizen naar de nieuwbouwwijken: in 1991 betrekt de Cornelis Zeemanschool een nieuw pand aan de Middelbuurt en in het voorjaar van 1999 volgt de Prinses Beatrixschool naar De Lier, waar een 12-klassig gebouw in gebruik wordt genomen.

Kort nadat de bouw van de Prinses Beatrixschool is afgerond, komt het ministerie met de regeling voor klassenverkleining in de onderbouw op de proppen. In de onderbouw daalt hierdoor het aantal kinderen per groep, waardoor er meer lokalen nodig zijn. Opnieuw kan het bestuur gaan bouwen. De Prinses Beatrixschool wordt uitgebreid naar 16 lokalen, de Frits Bodeschool en de Cornelis Zeemanschool naar 10 lokalen. Daarnaast krijgen enkele scholen een of meer noodlokalen. De afname van het aantal kinderen in het oude deel van Urk leidt ertoe, dat de Koningin Julianaschool onder de opheffingsnorm terechtkomt Het bestuur besluit uiteindelijk tot een fusie met de dichtbijgelegen Koningin Wilhelminaschool, die op 1 augustus jl. van kracht is geworden. Hierdoor telt onze vereniging op het moment van het 75-jarig bestaan 7 scholen die bezocht worden door ruim 1900 kinderen.
Naast kleuter- lager- en basisonderwijs heeft ook de ULO-school, later de MAVO-school, deel uitgemaakt van de vereniging. Deze school betrekt in 1976 een nieuw gebouw aan de Waaiershoek. In 1992 fuseert deze school met het overige voortgezet onderwijs ter plaatse en ontstaat het Berechja College, met een eigen bestuur. De leden van de MAVO-commissie gaan over naar dit nieuwe bestuur.
Na 1985 verandert er veel. Het formatiebudgetsysteem wordt ingevoerd en talloze wijzigingen hierop worden doorgevoerd. In deze periode krijgen leraren recht op ADV en BAPO (extra uren verlof voor oudere leerkrachten), ouderschapsverlof etc. Wordt de benoeming eerst nog uitgedrukt in uren, later volgt de invoering van de werktijdfactor. Vele nieuwe functies ontstaan bij het onderwijzend personeel: de remedial teacher, de Intern begeleider (IB-er), de GOA-leerkracht enz. Ook ontstaan er bovenschoolse functies: er komen een algemeen directeur personeel en een algemeen directeur onderwijs. Beiden zijn niet meer weg te denken.
Het bestuur wordt in deze periode achtereenvolgens voorgezeten door de heer T. Korf, J. Schenk, terwijl op dit moment de heer R. Kramer de voorzittershamer zwaait. Een verandering die veel stof doet opwaaien is in 2001 de wijziging van de middagschooltijd. Voortaan begint de middagschooltijd om 13.45 uur. Een tweetal druk bezochte ledenvergaderingen worden hierover belegd.

Toen en nu
Veel is veranderd. Telden de klassen vroeger dik 40 of 50 kinderen, nu tellen de klassen in onderbouw ongeveer 20 kinderen. De schoolbanken verdwenen, tafeltjes en stoeltjes kwamen hiervoor in de plaats. De computer deed zijn intree op de school en is nu niet meer weg te denken.
Ook voor het onderwijzend personeel veranderde veel. Het aanvangssalaris van een onderwijzer was in de jaren dertig van de vorige eeuw nog f. 80 per maand. Een beginnend leerkracht ontvangt nu bruto € 2.073 per maand. Sprak men vroeger van hoofdonderwijzer en onderwijzer, hoofdleidster en kleuterleidster, nu spreken wij van directeur en leerkrachten. Was er begin jaren tachtig nog een overschot aan personeel, nu is er een tekort. Met behulp van zij-instromers en LIO-ers (leerkrachten in opleiding) wordt geprobeerd de scholen draaiende te houden. Opvallend is ook dat in de afgelopen tientallen jaren steeds meer vrouwen in het onderwijs zijn gaan werken. Het grootste deel van het personeel bestaat thans uit vrouwen. Er zijn scholen waar naast de directeur het personeel nog maar 1 of 2 mannen telt.
Bestond het eerste bestuur uit leden van de Nederlandse Hervormde gemeente, de Gereformeerde Kerk en de Christelijke Gereformeerde Kerk, in de loop der jaren krijgen ook de Nederlands Gereformeerde Kerk en de Nederlands Hervormde Gemeente “De Bron” een zetel in het bestuur.
In de statuten is in de loop der tijd veel veranderd. Wat niet is veranderd, is artikel 2: “De vereniging vindt haar grondslag in de Bijbel als Gods Woord, naar de verklaring daarvan gegeven in de drie formulieren van enigheid, te weten de Heidelbergse catechismus, de 37 geloofsartikelen en de canones van Dordrecht.” Nog steeds zijn onze scholen: Scholen met de Bijbel. Ook nu is de Bijbel het richtsnoer voor het bestuur, leraren, ouders en kinderen. Wij hopen dat dit tot in lengte van jaren zo mag blijven.
 
Powered by OPH